Vanuit het noordwesten nadert een koufront. We hebben inmiddels geleerd dat daar flinke windstoten uit kunnen komen en dat bovendien de wind eerst naar het noordwesten draait. Voordat het koufront overtrekt, waait de wind voorlopig nog uit het zuidoosten en dat is voor ons een perfecte richting om de Cabo’s Frances en Antonio te ronden.
Vroeg in de morgen gaan we ankerop en zeilen de baai uit. Als we op twee scheepslengtes langs de drijver van wat ooit een ton is geweest varen, begrijpen we waarom we de uiterton de dag ervoor niet konden vinden. Alleen het drijflichaam ligt hier onzichtbaar te dobberen, totdat je er bovenop vaart!
Uit de luwte van het eiland valt de wind weg en komt er een nare klutszee op zetten. Tot middernacht hotsen en klotsen we op de motor over de golven en de 6 knopen wind die er staan zijn te weinig om ons op deze zee zeilend te houden.
Pas als we Cabo Frances naderen trekt de wind aan en zeilen op enkel de genua de kaap voorbij. Voor Cabo Antonio neemt de wind nog iets meer toe en fluit in het want. Ook de golven beginnen hier flink te bouwen, altijd leuk die kapen…
Het is nog aardedonker als we bijna bij ons laatste waypoint zijn voordat we tussen de riffen door de Golfo de Guanehacabibes (zeg dat eens drie keer achter elkaar) naar binnen varen, dus reven we de genua weg tot een zakdoekje en sukkelen met anderhalve knoop verder. Als het licht wordt varen de Golf binnen en varen meteen door naar de Cayo’s de la Leña. Hoewel er recentelijk een marina is geopend bij Punto los Morros, is dat vanavond bij het overtrekken van het front lagerwal en de Cayo’s bieden volgens de pilot uitstekende bescherming.
