Als tijdens een dikke bui de laatste formaliteiten worden afgehandeld, en we een despacho (cruising permit) krijgen zijn we vrij om te vertrekken. Nou ja vrij, met deze despacho mogen we van Santiago naar Casilda varen, ondertussen overal ankeren maar nergens aan wal zonder opnieuw in te klaren en de despacho te laten stempelen. Hoezo vrij.
De Santa Maria is even voor ons vertrokken maar als wij buiten zijn en de laatste rukwinden uit een overtrekkend koufront over ons heen krijgen zijn we ze zo bijgelopen. Tijdens een flinke vlaag helt de boot zo ver over dat een pot met doperwten en worteljes uit de kast valt. De val van het glazen potje wordt letterlijk en figuurlijk gebroken door de mastvoet en de inhoud van het potje ligt over de vloer verspreid terwijl het vocht zich een weg naar de bilge zoekt. De lucht ruiken we nog een paar dagen en drie weken later vinden we nog her en der erwtjes.
Helaas valt kort daarna de wind weg en motorzeilend varen we onderlangs de indrukwekkende bergen van de Sierra Maestra. Enigszins huiverig houden we temperatuurmeter in de gaten vanwege de warmteontwikkeling die we hadden op weg naar Santiago, maar dat probleem lijkt te zijn verholpen.
Bij het binnenvaren van Chivirico is het zoeken naar een gaatje in de modder. Volgens de pilot moeten we hier naar binnen kunnen en na twee keer zachtjes vastlopen in de modder vinden we inderdaad het gaatje en ankeren we in een kleine lagune.
