Het waait nog altijd stevig als we losmaken van de meerboei waar we afgelopen week aan hebben gelegen, maar in de beschutting van het land is de zee erg rustig. Op enkel de uitgerolde genua speren we over het vlakke water tussen Bonaire en Klein Bonaire naar open zee. Eenmaal daar neemt de harde wind af, maar de golven toe en zien we ons genoodzaakt op een stampende zee het grootzeil bij te zetten om wat meer snelheid te kunnen maken en straks niet in het donker aan te komen. Als het grootzeil eenmaal bij staat zeilen we rustig verder naar Curacao. Iets over de helft passeren we aan bakboord Klein Curacao. Een grote, vlakke zandplaat met een vuurtoren aan de ene, en een scheepswrak aan de andere kant. Voordat we het kleine eiland voorbij zijn trekt de wind weer aan naar een stevige 25 knopen; dezelfde wind waar we vanmorgen mee vertrokken zijn.

Zoals we in een stampende zee het grootzeil hesen, laten we het ook zakken voor de smalle ingang naar het Spaanse Water. Behalve de pilot, die we mochten gebruiken van de Lizzy, hebben we geen detailkaarten en gespannen turen we op de dieptemeter als we de ondiepte aan het einde van het nauwe kanaaltje naderen. Gelukkig zitten we aan de goede kant van het plaatje, of ligt het plaatje dieper dan de pilot wilde doen geloven, dus zonder problemen varen we de grote ankerplaats binnen. We zoeken een plaatsje tussen de geankerde schepen en laten op deze voorlopige eindbestemming ons anker zakken achter de Linea, die eerder ontmoet hebben. Biertje?!