Geconcentreerd stuur ik de boot door de hoge golven, die telkens proberen de boot uit koers te brengen en haar doen oploeven. Door flink tegenroer te geven kan ik de boot op koers houden, de autopilot lukt dat inmiddels niet meer. Als weer een golf op de kont beukt en ik hevig corrigeer voel ik een van de stuurkabels breken. De boot draait in de wind om met klapperende zeilen in de hoge golven tot stilstand te komen. Het begin van een nachtmerrie op zee.
Na veel te lang op St. Lucia gelegen te hebben willen we door naar de Grenadines, het beloofde paradijs voor zeilers, om daar eens lekker vakantie te vieren na het harde werken aan de boot. Het regent die dag de hele dag al, maar na dagen van harde wind waait het nauwelijks in de haven. Als eind van de middag het weer opknapt tanken we (taxfree!) en varen alsnog de haven van Rodney Bay uit. We zetten koers naar Carriacou, een tocht van 100 mijl en ongeveer 18 uur zeilen, zodat we mooi begin van de middag daar aankomen.
Eenmaal uit de haven waait het zoals verwacht rond de 15 knopen en varen rustig langs de inmiddels donkere kustlijn. Eenmaal achter de Pitons neemt de wind af en de golfslag toe, we bevinden ons sinds lange tijd weer eens in een kokende soepketel. De atlantische deining ontmoet de caribische zee en het stroomt hier behoorlijk. Verder uit de kust pikt de wind weer op, tussen de 15 en 20 knopen, en varen we lekker door. In de verte zien we de lichtjes van St. Vincent opdoemen.
Als we halfverwege de oversteek tussen St. Lucia en St. Vincent zijn neemt de golfslag toe. Het is donker op zee, de nieuwe maan laat zich nog niet zien, en hoewel de zee nauwelijks te zien is voelen we hoge en stijle golven iets achterlijker dan dwars hard tegen de boot aan beuken. De stuurautomaat heeft er duidelijk moeite mee en voor het eerst deze reis trekt de autopilot het niet op deze koers en stuur ik met de hand verder. Ook dat valt niet mee, maar door geconcentreerd te sturen kan ik de boot goed op koers en golven houden. Totdat een van de stuurkabels afbreekt en de boot met een zwaai klapperend in de wind draait. Snel grijpt Ascha de noodhelmstok die we samen op de roerkoning monteren. Voordat ik de boot weer op koers kan krijgen grijpt een volgende golf de boot en duwt deze door de wind; een klapgijp is het gevolg. Ik haal de grootschoot aan, laat de fok bak staan en zet de autopilot weer aan. De boot blijft rustig bijliggen op de golven in de inmiddels flink in kracht toegenomen wind. Ik hoor Ascha kermen en als ik opkijk zie ik haar met het hoofd onder de buiskap tegen de lier liggen. De overkomende grootschoot heeft haar gegrepen en met het hoofd tegen de lier gesmeten. Vlak boven haar slaap heeft ze een flinke hoofdwond. Ze is volledig in de war en kan nauwelijks praten. Ik probeer het bloeden te stelpen met een natte doek, gelukkig helpt dat snel, maar de verwardheid blijft en wordt niet minder.
Ik besluit dat Ascha medische hulp nodig heeft maar doorvaren naar St. Vincent, laat staan Carriacou, is geen optie. Hoewel St. Vincent dichterbij is voel ik er niks voor in harde wind de onbekende havens of ankerplaatsen in het donker aan te lopen. Terug naar St. Lucia - tegen harde wind, hoge golven en tij in - waar ik de ankerplaatsen ken is verre van aantrekkelijk maar de enige mogelijkheid. Ik laat het grootzeil zakken en rol de fok in. Op de motor beuk ik de 12 mijl tegen wind en golven in en de pas gepasseerde Pitons lijken maar niet dichterbij te komen. Het worden de langste 4 uur van mijn leven.
Viermaal zend ik een pan-pan medico uit, in de hoop een bijboot en een dokter standby te hebben zodra we aan land kunnen, maar niemand antwoord op mijn oproep. Pas als we binnen telefonisch bereik zijn weet ik een ambulance te alarmeren. We varen de pikdonkere baai tussen de Pitons binnen en ik zie de ambulance met knipperende zwaailichten klaarstaan op de pier, waar we een aantal weken terug onze dinghy nog achterlieten voor een bezoek aan de vulkaan. Ik vervloek alle schepen die zonder ankerlicht in de baai aan een mooring liggen en slalom de boot, sturend op de stuurautomaat, zo dicht mogelijk naar de pier toe. Telefonisch vraagt de ambulancebroeder mij af te meren aan de korte pier, maar met 25 en in uitschieters 35 knopen wind op de kop, de stijle rotswand van de Little Piton op een paar scheepslengtes afstand en met nauwelijks de mogelijkheid te manouvreren meldt ik hem dat dat niet gaat. Op 20 meter diepte - de baai loopt hier heel stijl op en alle moorings zijn bezet - gaat het anker uit en de dinghy overboord.
Met de bijboot haal ik een ambulancemedewerker aan boord en we proberen Ascha, intussen meer slapend dan wakker en met hevige pijn, tevergeefs van boord te krijgen. Uiteindelijk lukt het om haar met de patrouilleboot van de SMMA van boord en in de ambulance te krijgen. Omdat we intussen meer dan 200 meter naar achteren gekrabt zijn wil ik niet van boord - een probleem is even genoeg. Samen met de rangers leg ik de boot aan een nog vrije mooring in het verderop gelegen Soufriere, waar ook de ambulance inmiddels gearriveerd is bij het kleine ziekenhuisje.
Anderhalve dag later, een ambulancerit naar het ziekenhuis Victoria Hospital in Castries en een CT-scan in het Tapion Hospital verder, is Ascha na een nacht ter observatie gelukkig weer helemaal bij. Alleen een paar flinke hechtingen en een stevige hersenschudding herrineren ons nog aan de nachtmerrie op zee.
Achteraf hadden we kunnen verwachten dat er hoge golven zouden staan. Misschien wilden we te graag weg, toen we zagen dat er een golfhoogte van 9-11 voet verwacht werd, maar aan de andere kant, tijdens onze oversteek hebben we niet anders gehad. Ook de windverwachting van 15-20 knopen uit het oosten was geen aanleiding het vertrek uit te stellen, al weten we inmiddels dat het in de accelaratiezones tussen de eilanden flink kan spoken als gevolg van windversnellingen tussen bergkammen.
Hoewel we, juist om klapgijpen te voorkomen, een GybEasy aan de giek hebben bevestigd, kon deze de gijp niet voorkomen, laat staan afremmen. Een van de lijnen waarmee de GybEasy op spanning wordt gebracht was geborgd op een lier die, bij nader inzien, "dol" was. Inmiddels is ook de lier weer schoongemaakt en ingevet.
Gelukkig hadden we een noodhelmstok aan boord en was die snel gemonteerd - al had ik er niet aan moeten denken het hele stuk met de hand terug te moeten sturen - en bleek de autopiloot (die rechtstreeks aangrijpt op het roerkwadrant) de koers terug goed te kunnen sturen. Wel neem ik voortaan de staat van de roerkabels mee in de routinevoorbereidingen voor vertrek, zoals we dat ook altijd doen met bijvoorbeeld het checken van de motor, de fundering van de stuurautomaat of de spanning van de verstaging.
De reserveset kabels was gelukkig snel gemonteerd en na een paar dagen recoveren hopen we dan toch echt van de Grenadines te kunnen gaan genieten. Ik zeg het niet graag, maar laat Meneer Pech nu maar eens een andere boot uitzoeken!