We verlaten de fleurige jachthaven van Albufeira en varen "op het fokje" naar Vilamoura. Vilamoura was de eerste jachthaven in de Algarve, en is door een stel projectontwikkelaars aangelegd. Dat is te zien ook, want rondom de enorme jachthaven staat het vol met dure restaurants, luxe winkels en grote hotels.
Wel heeft Vilamoura, voor het eerst sinds Frankrijk, een redelijk gesorteerde winkel met scheepsbenodigdheden. Bij de buurman vinden we zelfs een reserve V-snaar, voor het geval dat.
Als in de ochtend de lucht weer blauw is en de wind wat aantrekt varen we een kort tochtje naar de ingang van de Ria Formosa. Deze ria is een groot waddengebied, met schorren en slikken. Eenmaal in de ria gaat het bakboord uit naar Faro of stuurboord uit naar Olhao. We varen met het opkomende tij naar binnen en met de pilot in de hand zoeken we één voor één de boeien die het vaarwater markeren, het lijkt wel een puzzeltocht. Een boeitje missen wordt direct afgestraft, want even verderop zien we een jacht droog liggen dat met afgaand tij aan de grond geraakt is en wacht op hoog water.
Eenmaal bij Olhao is er nauwelijks plaats om te ankeren dus meren we met een puist wind af in een kleine marina, dat achteraf een privehaven blijkt te zijn. Als we de beveiligingsbeambte vertellen dat het voor een nacht is, is het in orde en mogen we blijven liggen. Geen electra, geen water en geen pasje voor het toegangshek dus verdienen doen ze niet aan ons.
Hoewel het een aardig centrum heeft blijkt Olhao een arm vissersstadje te zijn. Hoewel er twee grote, nieuwe markthallen aan de haven staan waar vissers, slagers en groenteboeren hun verse waar aanbieden hebben de Europese subsidies hun weg naar dit stadje nog niet gevonden.