Je hebt soms van die dagen dat je denkt: waar begin ik aan. Vanochtend werd ik wakker met een vervelende keelpijn. Waarschijnlijk als gevolg van de afnemende weerstand na het vele klussen, harde werken en stressen om het huis leeg op te leveren, eind deze maand. Enigszins koortsig zat ik vanmiddag bij de tandarts in de stoel, die twee plekjes zag die hij toch graag even wilde behandelen voordat we van wal steken, half juli.
Naderhand nog even naar de boot, kijken hoe we de net opgehaalde Sea-Me aan de mast kunnen bevestigen. De Sea-Me is een soort van radar detector, die het ontvangen radarsignaal versterkt terug stuurt, zodat we duidelijk worden waargenomen op radarbeelden. Daarnaast waarschuwt de Sea-Me met een visueel en audioalarm dat er een radarsignaal gedetecteerd is en (dus) scheepvaart in de buurt is. Natuurlijk past ook dat de Sea-Me niet in een keer, eens kijken wat we daar voor slimme truuk op kunnen bedenken om deze hoog in de mast te bevestigen..
Dan eind van de middag naar huis, en “alle muizen verzamelen”. Alle speelmuizen gaan in de tas, de brokjes en krabpaal in de auto en onze poes Muis in de reismand, op naar de adoptieouders. Lang hebben we erover getwijfeld, wel mee of niet mee, maar uiteindelijk hebben we besloten om Muis niet mee te nemen op reis. Elke keuze heeft zo z’n consequenties, maar dit is wel de minst leuke kant van ons reisplan. We troosten maar ons met de gedachte dat er geen betere adpotieouders zijn dan Tom en Eveliene.
Maar af en toe heb je van die dagen, dan ben je er ziek van...