22 dec 2008

La Gomera - Sal

Als ik vanmorgen mijn hoofd uit het luik steek, vaart er een gekleurd bootje met donkere vissers achter ons langs. Op de kade klinkt getrommel en de zon brandt op mijn kop. We zijn in Afrika, op de Kaapverden en om precies te zijn op het eiland Sal.

We vertrekken dinsdag samen met de Gaia uit San Sebastian, waar we uitgezwaaid en -getoeterd worden door Bert en Anette. Helaas keert de Gaia terug naar de haven voordat ze zeil gezet hebben, in verband met een probleem met de zonnepanelen. Wij zetten zeil en varen met een rif in het grootzeil de acceleratiezone tussen La Gomera en Tenerife in. Eenmaal in de zone schiet het lekker op, maar onder de kust van La Gomera valt de wind langzaam weg. We gijpen en even later giert de wind weer door het want. De grenzen van de acceleratiezones kun je hier bijna uittekenen. We gebruiken deze zone om snel zuidelijk van de eilanden te komen.
Als de Canarische eilanden in de schemering achter ons verdwijnen komt er naast ons een bui opzetten. We zetten een tweede rif in het grootzeil en net als we weer op koers liggen trekt de wind hard aan. Als de bui weg is blijft er een windkracht zes met uitschieters naar zeven over en bevinden we ons op een vervelende kruiszee. Een noordoostelijke en noordwestelijke deining lopen dwars door elkaar heen. De hutspot die we voor vanavond bewaard hebben blijft nog maar even in de koelkast en Maria's kaakjes helpen ons de avond door.

De volgende twee dagen verandert er weinig aan het weer, de noordoostelijke wind en korte kruiszee blijven hetzelfde. Swell (lange oceaandeining) is er nauwelijks, dit lijkt de Noordzee wel. We lopen mooi door de golven, maar er zitten soms een paar dwarse exemplaren tussen. Soms breekt er eentje achter ons en waaien de spetters ons om de oren, soms maken we een schuiver als een golf ons achterschip wegduwt, en soms klapt er een golf met een knal tegen de romp uiteen en krijgt Ascha tot twee keer toe een zoute douche.
Het tweede rif laten we nog maar even zitten, het gaat hard genoeg zo, en de hutspot overwintert nog even in de koelkast. Buiten is het ook overwinteren. Ondanks dat we langs de Afrikaanse kust varen is het koud buiten, we lopen al drie dagen met dikke fleecetruien en zeilpakken aan. Met daggemiddelden van 170 mijl gaat het hard, maar comfortabel is het absoluut niet.

Op vrijdag neemt de wind af naar een rustiger kracht vijf en halen we een rif eruit. 's Avonds hebben we ook genoeg moed - en honger - verzameld om de hutspot op te warmen en die laten we ons goed smaken. Buiten is het nog steeds koud en de meeste tijd brengen we dan ook binnen door. We slapen of hangen, lezen of kijken wat films op de iPod (ideaal!) en elke avond om zeven uur luisteren we met de kortegolfradio naar het weers- en verkeersbericht verzorgt door de Gaia. Om de twintig minuten steken we ons hoofd uit het luik en kijken rond, maar behalve twee jachten die achter ons langs gaan en twee vrachtschepen die op ruime afstand passeren zien we niks, behalve een eindeloze zee.

Zaterdag is de wind verder afgenomen maar niet, zoals verwacht werd, gedraaid naar het oosten. Om snelheid in de boot te houden zetten we de gennaker maar die kunnen we op deze koers maar net volhouden. Als we voor het vallen van de avond de gennaker weer naar binnen halen draait deze om het voorstag en ben ik een uurtje zoet om de gennaker, de gennakerslurf en alle lijnen uit de knoop te halen. Zo komen we de dag wel door, gelukkig hoeft het mes er niet aan te pas te komen.

Ook zaterdagnacht blijft de wind noordoost en we rollen pal voor de wind naar de Kaapverden. Het grootzeil staat wagenwijd uit en de genua is helemaal ingerold. Die is voor deze wind te zwaar en te klein en staat alleen maar te klapperen. Eigenlijk zou ik met deze wind liever de koerslijn afkruisen, maar 's nachts is onze nachtrust ons liever dan snelheid en halen we geen toeren uit met spinnakers, gennakers of uitgeboomde, klapperende fokken als het niet nodig is. Met amper 4 knopen snelheid sukkelen we zuidwestwaarts.

Zondagochtend is er weer iets meer wind en met uitgeboomde fok aan loef gaan varen we weer met wat snelheid. Ik gooi de vislijn uit want met nog 40 mijl te gaan lijkt een vers visje me vanavond wel lekker, bij wijze van aankomstdiner. Ik ben net even binnen als Ascha roept dat de vislijn van de molen loopt. Ik haast me naar buiten en begin rustig de lijn in te draaien als ik vijftig meter achter ons een grote zwarte vin boven water zie komen. Ik begin wat harder te draaien en naast ons vliegt een school vliegende vissen over het water waarvan er een paar aan boord landen. Even later komen er twee zwarte vinnen boven water. Ik draai nog wat harder mijn nepsardine binnen als een van de zwarte vinnen wat verder uit het water komt en ik een witte buik en twee witte vlekken naast de kop zie. Orka's! Ik voel weinig voor een Free Willy scenario en mijn nepvisje wil ik ook graag houden dus met alle macht draai ik aan het molentje. Vlakbij de boot schiet het sardientje een paar keer uit het water en we zien een zwart-wit gevaarte onder de boot door speren. Als het sardientje eindelijk binnen is duiken er maar liefst zes orka's acher de boot op! Waaauw!
Ik weet niet of er iets aan de haak heeft gezeten, of dat door de versnelling van de boot het sardientje wat harder aan de lijn is gaan trekken. Hoe dan ook, er zat (gelukkig) niks aan de haak dus staat er vanavond helaas geen vis op het menu, maar wat een geweldig welkomstcomitee!

We staan nog even na te genieten van dit geweldige schouwspel als we op 6 mijl uit de kust het eiland Sal zien liggen. Door het stof hier wordt het eiland in een soort mist gehuld en je ziet het eiland pas als je er vlakbij bent. Zelfs als we op twee mijl uit de kust varen lijkt het alsof het eiland nog ver weg is.
Uiteindelijk varen we om twee uur lokale tijd de ankerplaats van Palmeira binnen waar we na precies vijf dagen op zee ons anker laten vallen. We worden verwelkomd door de bemanningen van de Linea (Pim en Meta) en de Styx (Ed en Griet), die twee dagen eerder vertrokken uit La Gomera, en als we even later aan ons finishbiertje zitten loopt ook de Gaia de ankerbaai binnen en kan de champagne uit de koelkast!

15 dec 2008

Vamos mañana

Ofwel morgen vertrekken we, roepen we al een paar dagen. Wat dat betreft beginnen we al aardig in te burgen in de spaanse cultuur; mañana, mañana. En eerlijk is eerlijk, het is ook geen straf om in San Sebastian te liggen. Het is een van de weinige nog echt spaanse kustdorpjes hier op de Canarische eilanden, rustig maar altijd wat te doen. De bakker, de supermarkt en de winkelstraat zijn op loopafstand en - niet onbelangrijk - we hebben hier een prima ligplaats. Alleen, die wind. Sinds we hier liggen, en dat is met bijna twee weken een record voor ons, is het nog geen dag rustig geweest. Elke dag giert de wind uit de bergen ons met uitschieters naar 6, 7 bft om de oren. En dat beginnen we intussen aardig beu te raken...

En die wind blijkt niet alleen hier hard te waaien, ook op zee is het onstuimig. Afgelopen woensdag hebben we ons vertrek uitgesteld naar zondag als gevolg van een overtrekkend windveld, goed voor ruim 30 knopen voor tenminste twee etmalen.
Nog maar een paar dagen San Sebastian dus. Er zijn nog wat klusjes, we borrelen wat met de Gaia (Ank en Keimpe), de Aventyr (Bert en Annette) en de Duende (Bram en Vivian). We zagen de Duende een week voor ons uit Zierikzee vertrekken en na vier maanden om elkaar heen gevaren te hebben kunnen we eindelijk ons afgesproken biertje drinken. Erg gezellig en helaas hebben zij een ander vaarplan dan wij.

Ook op de dag van de traditionele 18e kerstrace blijkt het niet alleen op ons thuiswater hard te waaien, maar zal het ook zondag en maandag op het traject tussen La Gomera en Sal flink waaien. Wat aanvankelijk een buitje leek is uitgegroeid tot "meer dan een vlekje" en volgens de windkaarten van UGrib goed voor 25 tot 30 knopen (6-7 bft) op maandag- en dinsdagnacht. Bovendien verwacht de NOAA een golfhoogte tussen de 4 en 5 meter.
Zondagochtend is er palaver aan boord van de Gaia. De Linea en de Styx vertrekken, de Gaia, wij en een aantal andere boten wachten tot dinsdag. Gevolg van dit uistel is wel dat we later in de Carieb gaan aankomen dan gepland en dat we met kerst niet midden op de oceaan zullen zijn, zoals we aanvankelijk dachten, maar op de Kaapverden. Lijkt ons een prima alternatief ;-)

12 dec 2008

Tour de La Gonera

Tussen de shitklusjes door gaan we een dag met een huurauto op stap om meer van La Gomera te zien, en dat blijkt de moeite waard te zijn. Vanuit San Sebastian rijden we naar Playa Santiago, een klein vissersdorpje in het zuidoosten van het eiland. Van daar uit gaat het terug het binnenland in. Rijden we eerst nog in een zonnig landschap tussen de cactussen en palmbomen, het volgende moment zitten we met ons hoofd - en auto - in de wolken. We rijden door een paar dorpjes die in de mist nauwelijks zichtbaar zijn.

Als we het Parque National de Garajonay binnen rijden, dat op de UNESCO lijst van werelderfgoed staat, verdwijnt de mist en zien we de wolken achter ons. Bij Alto de Garajonay stappen we uit en lopen over smalle, soms glibberige wandelpaadjes de laatste paar honderd meter naar de top van het eiland. Op bijna 1500 meter hoogte hebben we hier een prachtig uitzicht over het met laurierbomen beboste park en de barranco's (ravijnen) van La Gomera, de Teide op Tenerife en de bergen van La Palma.
Ook bij La Laguna Grande stoppen we weer even en wandelen een stukje door een mooi, maar spookachtig bos. Een plek waar volgens de overlevering vroeger heksen dansten.

Eenmaal het park uit slingert de weg door een barranco met stijle kliffen naar Valle Gran Rey, de place-to-be voor hippies. We slingeren terug naar boven en rijden door de bananenvalleien van Vallehermoso. Langs de ruige noordkust rijden we via Agulo en Hermigua terug naar San Sebastian.

Welkom op Sailinglive.nl

In de zomer 2008 vertrokken we voor een reis met onze zeilboot Live, een Baltic 39 uit Zierikzee. Langs de westkust van Europa zeilden we naar het zuiden om vervolgens de Atlantische oversteek te maken naar de Caribbean, waar we een jaar lang hebben rondgezeild. Daarna ging het via Cuba naar de Verenigde Staten. In mei 2010 zeilden we de Oosterschelde weer op een keerden na duizenden zeemijl weer terug in onze thuishaven.

Laatste reacties