25 feb 2010

Jamaica – Cuba; une motor caliente!

De verwachting voor de komende dagen is dat het nauwelijks waait. We hebben het nooit voor mogelijk gehouden, maar het schijnt voor te komen in dit deel van de Caribbean. We besluiten de gok te wagen en onder het motto beter te weinig dan teveel wind vertrekken we voor de 115 mijl naar Santiago de Cuba.

Samen met de Santa Maria kiezen we het ruime sop en al bij de havenuitgang kunnen de zeilen omhoog. Maar na een uur heerlijk zeilen houdt de wind het voor gezien. Zeilen naar beneden en motor aan. Een halfuur later gevolgd door motoralarm, de motor loopt te warm. Eerste oorzaak zou de impellor kunnen zijn die het buitenkoelwater door de motor pompt en inderdaad blijkt deze een schoepje te missen. Met enig peuteren krijg ik het ontbrekende schoepje te pakken en op de rollende zee vervang ik de impellor. Eind goed al goed, de motor doet het weer, de wind ook weer dus de zeilen kunnen weer omhoog.

Tot bij het vallen van de avond de wind weer wegzakt en niet voornemens is om terug te komen. De motor gaat weer aan en argwanend houden we de temperatuurmeter in de gaten. En dat blijkt niet voor niets want 3 uur later loopt de temperatuur weer hard op en moet de motor uit. Weer de waterpomp open, maar het impellortje doet prima zijn werk en voelt ook koud aan. Na overleg met de Santa Maria, die we al zeilende hebben kunnen inhalen, besluiten we de resterende 40 mijl op sleeptouw mee te gaan. De zee is gelukkig vrij rustig en de sleepverbinding is snel gemaakt. Zo tuffen we naar Santiago, maar allerlei spookscenario’s voor onze 30 jaar oude Volvo Penta gaan ons door het hoofd…

Vlak voor de haveningang maken we de sleepverbinding los (Joost en José superbedankt!) en proberen we op eigen kracht de haven in te varen. Dat lukt net, want als we afgemeerd zijn staat de temperatuurmeter al weer in het rood. Veel tijd om daarover na te denken krijgen we niet, want direct worden we geenterd door twee mensen van de gezondheidsdienst die zich ervan verzekeren dat we niks mankeren, dan een senor de Agricultura die de halve fruitvoorraad overboord kiepert, de havenmeester der Guarda Frontera, gevold door een grondige zoekactie compleet met drugshond door de Aduana. Dat laatste leverde nog wat hectiek op toen de oudste der inspecteurs op het einde van de inspectie meende dat er aan de asbak toch echt een luchtje zat.  Daar heeft absoluut marihuana in gezeten! De asbak werd binnen verstopt, de hond weer naar binnen, weer alles overhoop maar natuurlijk niks gevonden. Rokende Hollanders die uit Jamaica komen vormen blijkbaar een verhoogde risicogroep.
Als – inmiddels vier uur later en vele volgeschreven vellen papier verder –  tenslotte een laatste senor de vleesvoorraad gecontroleerd heeft (gelukkig mogen de gehaktballen in blik en rookworsten aan boord blijven) en  Immigracion de paspoorten komt terugbrengen, voorzien van een 30 dagen visa, zijn we uiteindelijk officieel ingeklaard in Santiago de Cuba. Nu eerst een mojito!

  

23 feb 2010

Jamaica-mi-crazy

Nadat de inklaringsformaliteiten geregeld zijn en een flinke, tropische regenbui het zout van het dek gespoeld heeft, spoelen we onszelf af onder de warme douches die in het toiletgebouw van de Errol Flynn Marina zijn ondergebracht. Die luxe hebben we lang niet gekend hier in de Caribbean!

Met Joost en José, die hier ook met hun Santa Maria liggen, lopen we het stadje rond en drinken een biertje op de goede aankomst in een lokaal kroegje. Hoewel het stadje een armoedige indruk maakt, zijn de mensen hier uiterst vriendelijk, is het een drukte van jewelste op straat (en dat op zondag), klinkt overal relaxte reggea muziek en roept men niets anders dan Jah-man. Jamaica-me-crazy!
De volgende dag staat in het teken van het repareren van de DuoGen. Viaviavia komen we bij een machinewerkplaats uit die gevestigd is in de middelbare school van het dorp. Materiaal is helaas niet voorhanden, maar als we zelf een stukje metaal weten te vinden, kunnen zij het onderdeeltje op de draaibank maken.
Inmiddels heb ik na contact met Eclectic vernomen dat ze het gebroken onderdeel kosteloos zullen toezenden, wederom uitstekende service!

  

  

Tijdens het borreluur aan de bar van de marina komen we in contact met Paul, een local die ons graag wil rondrijden en ons wat meer van Jamaica wil laten zien. En dus vertrekken we de volgende dag met Paul en drie bootbemanningen naar de omgeving van Ocho Rios, het toeristencentrum van Jamaica. Bijna voor de ingang naar de Dunn’s River Falls liggen er twee grote cruiseschepen afgemeerd, dus zouden we beter moeten weten, maar met onze watervalhike in Dominica in het achterhoofd willen we ook hier graag een “hike trough the falls” maken. Dus betalen we de 15 dollar entree, kopen geen waterschoentjes en krijgen nog net geen helmpjes op. De Dunn’s River Falls blijkt een regelrechte tourist-trap, waar ik mijn voeten niet voor nat maak, en waar hordes toeristen onder leiding van een gids hand-in-hand door het water omhoog ploeteren, hiken Ascha en Joost op handen en voeten naar boven!
Na deze kansloze watervalpret stappen we weer in de auto en rijden door het groene berglandschap van Jamaica naar Kingston Town. The place I definitly don’t want to be. Hier waag je je alleen in met iemand die de er weg weet. Na een korte tour door de stad komen we bij het Bob Marley museum, een must-see natuurlijk als je op Jamaica bent. Helaas is het vandaag Aswoensdag, en alles is gesloten.

  

Twee dagen later huren we samen met Joost en José zelf een autootje en rijden langs de noordoostkant van het eiland. Via de legendarische Blue Lagoon rijden we naar Boston Beach, bekend van de Boston Jerk Chicken die we ons natuurlijk goed laten smaken. Over een kronkelig smal bergweggetje (hoezo drempels, hier hebben ze kuilen) komen we uiteindelijk bij de Reach Falls. Heerlijk rustig, geen toeristen en een stuk spectaculairder dan Dunn’s River Falls.
Via een spectaculaire route rijden we door een deel van de Blue Mountains (bekend van de koffie) weer terug naar Port Antonio, waar we dag met een (paar) Red Stripes in stijl afsluiten.

  

  

14 feb 2010

Aruba – Jamaica, zwieren zwaaien kontje draaien

Nog even dit, nog even dat, de gebruikelijk stress die voorafgaat aan een oversteek van een paar dagen. Bovendien is het al weer even geleden dat we een paar nachten door hebben getrokken om een grote sprong te maken. Dit keer springen we de 500 mijl van Aruba naar Jamaica.

In de ochtend komen Pim en Meta nog even langs en met een laatste kop koffie nemen we afscheid van elkaar. Op Curacao en Aruba hebben we een erg leuke tijd met elkaar gehad, maar zij vertrekken met hun Linea richting Colombia en de San Blas eilanden.

Als uiteindelijk het anker eruit gaat, waait het weer als de rook en even twijfelen we. De vooruitzichten die we van diverse meteobronnen vandaan hebben geven geen reden tot twijfel. De eerste twee dagen een ONO wind van 15-20 knopen met een afnemende golfhoogte van twee naar één meter en dat is tot nu toe vrij uniek gebleken in deze regio in deze tijd van het jaar.

Met een krachtige wind en een flinke duw stroom in de rug zoeven we langs Aruba over een rustige zee, maar als we 's avonds uit de lij van het eiland komen begint de rodeo-ride, die hier onvermijdelijk lijkt op de Caraibische zee. Met een dubbel rif in het grootzeil en een rif in de fok weten we de krachten op de stuurautomaat en de loefbewegingen van het schip, veroorzaakt door de schuin van achter inkomende golven, te beperken. Van de verwachte wind en en golfhoogte is natuurlijk geen sprake, de praktijk is altijd anders.
Of het aan de slingerbewegingen van het schip gelegen heeft, de impact van zon en zout of een constructiefout dat zullen we nooit weten, maar halverwege de nacht (altijd ‘s nachts) worden we opgeschrikt door een luid geratel vlak achter de boot. De bevestiging van de propellor aan de as van de dynamo van de DuoGen heeft het begeven. En dat is vervelend want zonder DuoGen die ons op lange zeetochten van de nodige amperes voorziet is het snel uit met de electronische pret aan boord. Gelukkig heb ik heel de nacht om een oplossing te bedenken, want in het donker met deze golven valt er weinig te repareren.  Ik geloof dat we tegenwoordig nooit meer ergens heen kunnen zeilen zonder dat er iets  kapot gaat…

Pas na twee etmalen zwieren-zwaaien-kontje-draaien neemt de wind geleidelijk af en wordt ook de zee wat rustiger. We zeilen onder Haiti door. Even hebben we erover getwijfeld om Ile-a-Vache aan te doen maar we voelen weinig voor een nachtelijke ontmoeting met vluchtelingenbootjes die sinds de aardbeving uit Haiti vertrekken. Bovendien zien we er erg naar uit Jamaica te gaan ontdekken.
Op 100 mijl voor Jamaica zakt de wind helemaal in elkaar en we liggen te rollen op de golven die uit alle hoeken lijken te komen. De zuidgaande stroom die soms oploopt tot twee knopen maakt dat we langzaam vooruit kruipen. Niet erg, want met dit gangetje komen we precies met zonsopgang bij de haveningang van Port Antonio aan. Als we wisselen van wacht en we op een paar mijl langs de kust varen zien we de lichtjes en ruiken we de lucht van het land, een zoetige mengeling van aarde, barbeques en marihuana?.

  

Als we bij een opkomende zon de haven invaren lijkt het of we aankomen in een klein paradijsje. Een groen eiland, witte strandjes, hoge palmbomen, en op de achtergrond het stadje Port Antonio. We pikken de laatste vrije mooringboei op, die toevallig net naast de Santa Maria ligt. Koffie? Lekker!

Welkom op Sailinglive.nl

In de zomer 2008 vertrokken we voor een reis met onze zeilboot Live, een Baltic 39 uit Zierikzee. Langs de westkust van Europa zeilden we naar het zuiden om vervolgens de Atlantische oversteek te maken naar de Caribbean, waar we een jaar lang hebben rondgezeild. Daarna ging het via Cuba naar de Verenigde Staten. In mei 2010 zeilden we de Oosterschelde weer op een keerden na duizenden zeemijl weer terug in onze thuishaven.

Laatste reacties