27 feb 2009

Een zeiler's nachtmerrie

Geconcentreerd stuur ik de boot door de hoge golven, die telkens proberen de boot uit koers te brengen en haar doen oploeven. Door flink tegenroer te geven kan ik de boot op koers houden, de autopilot lukt dat inmiddels niet meer. Als weer een golf op de kont beukt en ik hevig corrigeer voel ik een van de stuurkabels breken. De boot draait in de wind om met klapperende zeilen in de hoge golven tot stilstand te komen. Het begin van een nachtmerrie op zee.

Na veel te lang op St. Lucia gelegen te hebben willen we door naar de Grenadines, het beloofde paradijs voor zeilers, om daar eens lekker vakantie te vieren na het harde werken aan de boot. Het regent die dag de hele dag al, maar na dagen van harde wind waait het nauwelijks in de haven. Als eind van de middag het weer opknapt tanken we (taxfree!) en varen alsnog de haven van Rodney Bay uit. We zetten koers naar Carriacou, een tocht van 100 mijl en ongeveer 18 uur zeilen, zodat we mooi begin van de middag daar aankomen.
Eenmaal uit de haven waait het zoals verwacht rond de 15 knopen en varen rustig langs de inmiddels donkere kustlijn. Eenmaal achter de Pitons neemt de wind af en de golfslag toe, we bevinden ons sinds lange tijd weer eens in een kokende soepketel. De atlantische deining ontmoet de caribische zee en het stroomt hier behoorlijk. Verder uit de kust pikt de wind weer op, tussen de 15 en 20 knopen, en varen we lekker door. In de verte zien we de lichtjes van St. Vincent opdoemen.

Als we halfverwege de oversteek tussen St. Lucia en St. Vincent zijn neemt de golfslag toe. Het is donker op zee, de nieuwe maan laat zich nog niet zien, en hoewel de zee nauwelijks te zien is voelen we hoge en stijle golven iets achterlijker dan dwars hard tegen de boot aan beuken. De stuurautomaat heeft er duidelijk moeite mee en voor het eerst deze reis trekt de autopilot het niet op deze koers en stuur ik met de hand verder. Ook dat valt niet mee, maar door geconcentreerd te sturen kan ik de boot goed op koers en golven houden. Totdat een van de stuurkabels afbreekt en de boot met een zwaai klapperend in de wind draait. Snel grijpt Ascha de noodhelmstok die we samen op de roerkoning monteren. Voordat ik de boot weer op koers kan krijgen grijpt een volgende golf de boot en duwt deze door de wind; een klapgijp is het gevolg. Ik haal de grootschoot aan, laat de fok bak staan en zet de autopilot weer aan. De boot blijft rustig bijliggen op de golven in de inmiddels flink in kracht toegenomen wind. Ik hoor Ascha kermen en als ik opkijk zie ik haar met het hoofd onder de buiskap tegen de lier liggen. De overkomende grootschoot heeft haar gegrepen en met het hoofd tegen de lier gesmeten. Vlak boven haar slaap heeft ze een flinke hoofdwond. Ze is volledig in de war en kan nauwelijks praten. Ik probeer het bloeden te stelpen met een natte doek, gelukkig helpt dat snel, maar de verwardheid blijft en wordt niet minder.

Ik besluit dat Ascha medische hulp nodig heeft maar doorvaren naar St. Vincent, laat staan Carriacou, is geen optie. Hoewel St. Vincent dichterbij is voel ik er niks voor in harde wind de onbekende havens of ankerplaatsen in het donker aan te lopen. Terug naar St. Lucia - tegen harde wind, hoge golven en tij in - waar ik de ankerplaatsen ken is verre van aantrekkelijk maar de enige mogelijkheid. Ik laat het grootzeil zakken en rol de fok in. Op de motor beuk ik de 12 mijl tegen wind en golven in en de pas gepasseerde Pitons lijken maar niet dichterbij te komen. Het worden de langste 4 uur van mijn leven.

Viermaal zend ik een pan-pan medico uit, in de hoop een bijboot en een dokter standby te hebben zodra we aan land kunnen, maar niemand antwoord op mijn oproep. Pas als we binnen telefonisch bereik zijn weet ik een ambulance te alarmeren. We varen de pikdonkere baai tussen de Pitons binnen en ik zie de ambulance met knipperende zwaailichten klaarstaan op de pier, waar we een aantal weken terug onze dinghy nog achterlieten voor een bezoek aan de vulkaan. Ik vervloek alle schepen die zonder ankerlicht in de baai aan een mooring liggen en slalom de boot, sturend op de stuurautomaat, zo dicht mogelijk naar de pier toe. Telefonisch vraagt de ambulancebroeder mij af te meren aan de korte pier, maar met 25 en in uitschieters 35 knopen wind op de kop, de stijle rotswand van de Little Piton op een paar scheepslengtes afstand en met nauwelijks de mogelijkheid te manouvreren meldt ik hem dat dat niet gaat. Op 20 meter diepte - de baai loopt hier heel stijl op en alle moorings zijn bezet - gaat het anker uit en de dinghy overboord.

Met de bijboot haal ik een ambulancemedewerker aan boord en we proberen Ascha, intussen meer slapend dan wakker en met hevige pijn, tevergeefs van boord te krijgen. Uiteindelijk lukt het om haar met de patrouilleboot van de SMMA van boord en in de ambulance te krijgen. Omdat we intussen meer dan 200 meter naar achteren gekrabt zijn wil ik niet van boord - een probleem is even genoeg. Samen met de rangers leg ik de boot aan een nog vrije mooring in het verderop gelegen Soufriere, waar ook de ambulance inmiddels gearriveerd is bij het kleine ziekenhuisje.
Anderhalve dag later, een ambulancerit naar het ziekenhuis Victoria Hospital in Castries en een CT-scan in het Tapion Hospital verder, is Ascha na een nacht ter observatie gelukkig weer helemaal bij. Alleen een paar flinke hechtingen en een stevige hersenschudding herrineren ons nog aan de nachtmerrie op zee.

Achteraf hadden we kunnen verwachten dat er hoge golven zouden staan. Misschien wilden we te graag weg, toen we zagen dat er een golfhoogte van 9-11 voet verwacht werd, maar aan de andere kant, tijdens onze oversteek hebben we niet anders gehad. Ook de windverwachting van 15-20 knopen uit het oosten was geen aanleiding het vertrek uit te stellen, al weten we inmiddels dat het in de accelaratiezones tussen de eilanden flink kan spoken als gevolg van windversnellingen tussen bergkammen.
Hoewel we, juist om klapgijpen te voorkomen, een GybEasy aan de giek hebben bevestigd, kon deze de gijp niet voorkomen, laat staan afremmen. Een van de lijnen waarmee de GybEasy op spanning wordt gebracht was geborgd op een lier die, bij nader inzien, "dol" was. Inmiddels is ook de lier weer schoongemaakt en ingevet.
Gelukkig hadden we een noodhelmstok aan boord en was die snel gemonteerd - al had ik er niet aan moeten denken het hele stuk met de hand terug te moeten sturen - en bleek de autopiloot (die rechtstreeks aangrijpt op het roerkwadrant) de koers terug goed te kunnen sturen. Wel neem ik voortaan de staat van de roerkabels mee in de routinevoorbereidingen voor vertrek, zoals we dat ook altijd doen met bijvoorbeeld het checken van de motor, de fundering van de stuurautomaat of de spanning van de verstaging.
De reserveset kabels was gelukkig snel gemonteerd en na een paar dagen recoveren hopen we dan toch echt van de Grenadines te kunnen gaan genieten. Ik zeg het niet graag, maar laat Meneer Pech nu maar eens een andere boot uitzoeken!

25 feb 2009

With a little help from my friends

Samen met Ton, die speciaal voor ons is teruggekomen uit Martinique, onderzoeken we de motor op het mechanisch ratelende geluid. We halen de motor los van de saildrive, en onderzoeken elk potentieel rammelend onderdeel, maar we kunnen niks vinden dat het geluid mogelijk kan veroorzaken. Nu we toch bezig zijn verversen we meteen de olie en brandstoffilters en als we daarna de motor weer starten loopt die als een zonnetje. We proefvaren de haven uit - niks geen ratelend geluid meer te horen - en gaan in de baai voor anker zodat Ton ook de saildrive en de schroef onder water kan bekijken, maar ook daar is niks te vinden. De motor is van top tot teen onderzocht en heeft in ieder geval zijn onderhoudsbeurtje weer gehad (Ton bedankt!) maar vreemd is het wel.

Als we weer in de haven liggen klopt de schipper van de boot naast ons aan, of wij de Live zijn en of we een pakketje uit Martinique verwachten, hij heeft de nieuwe spanners meegekregen waar we al bijna twee weken op wachten. Na ons vertrek uit Martinique is de bevolking daar in staking gegaan en worden tankstations en winkels niet meer bevoorraad. Gelukkig hebben wij er nog net een leuke tijd gehad, want nu schijnt het er niet echt gezellig meer te zijn!

Omdat we er veel wind en swell verwacht wordt en het op een rollende boot niet echt fijn masthangen is gaan we de haven weer in om de nieuwe intermediates (tussenverstaging) en wantspanners te monteren. Deze zijn snel gemonteerd maar, zoals inmiddels gebruikelijk, past ook vandaag niks in één keer en blijken de spanners een paar centimeter te lang te zijn; zagen dus.
Omdat, sinds de mast erop ging, deze al iets te ver naar achteren stond, willen we deze ook meteen rechtzetten nu de verstaging los staat. Daarvoor moet het voorstag meer op spanning worden gebracht en de rubbers van de mastdoorvoer worden vervangen. Dat laatste is zo gebeurd (met wat zeepsop schuiven die er zo tussen) maar het verstellen van het voorstag blijkt een mission impossible. Volgens de handleiding van ons ProFurl rolreef systeem is het een kwestie van twee inbusbouten losdraaien zodat het rolprofiel omhoog kan schuiven maar als deze zelfs met de slagschroevendraaier (nooit van het bestaan geweten) van Sipko niet los zijn te krijgen (zout, roestvrijstaal en aluminium zijn niet zulke goede vrienden) besluiten we het voorstag maar te laten voor wat het is.
Nadat Ascha me een aantal keer de mast in en uit gehesen heeft en een middag mast trimmen staat deze weer recht en in profiel, dus kan er weer een klus van de lijst!

Tijdens het ophalen van het anker is in Martinique de ankerketting achter de kettingsteker (die zorgt er voor dat de ketting mooi over de lier loopt) blijven hangen, met een afgebroken kettingsteker als gevolg (wie maakt er nou een ankerlier van aluminium *$#@!). In plaats van netjes van de lier af te glijden rolt de ketting nu om de lier heen in een dikke knoop, dus moeten we nu met de hand de ketting geleiden. Dat is niet echt bevorderlijk voor de vingertjes dus bedenken en maken we samen met Sipko een oplossing daarvoor. With a little help from my friends...

Intussen hebben de motor, de verstaging en harden wind en regen (ja, ook hier in de Carieb is het niet altijd zomer!) ons twee weken langer dan gepland in Rodney Bay Marina gehouden dan gepland, maar vandaag kunnen we dan eindelijk het water weer op. Trinidad (het carnaval daar is intussen afgelopen), Tobago en Grenada laten we voor wat het is, morgen vertrekken we voor de 100 mijl naar Carriacou en gaan komende weken op ontdekkingsreis door The Grenadines!

23 feb 2009

Dr. Dolittle

Uiteindelijk vertrekken we om twee uur 's middags uit Le Marin voor de 25 mijl naar Castries, St. Lucia. Al dagen waait het stevig, maar net nu we (te) laat vertrokken zijn en op tijd op het vliegveld willen zijn om ons bezoek op te halen, is er nauwelijks wind. We sukkelen over een flinke deining richting het Britse eiland en geheel tegen onze gewoonte in varen we de haven van de hoofdstad Castries binnen. We laten ons anker zakken in de Vigie Creek, en zijn de enige boot die in dit smalletje kreekje voor anker ligt. Normaal gesproken zouden we er nooit voor anker zijn gegaan, maar we kunnen de vliegtuigen zien landen en eigenlijk ligt het hier heel rustig met de romantisch verlichte restaurantjes om ons heen.

Vlak voor we vertrokken ontdekten we dat de WC pomp lekt. Het plastic van de pomp is blijkbaar niet bestand tegen de menselijke krachten of uitwerpselen want er zitten scheurtjes in het pomphuis waardoor het pompwater tegen je schenen spuit. Met weer een shitklusje in het vooruitzicht halen we eerst Eling van het vliegveld. Het blijkt maar goed te zijn dat we hem ophalen want ik moet me hoogstpersoonlijk als schipper komen melden bij de immigration officer om te verklaren dat Eling toch echt een weekje bij ons aan boord verblijft. En dat terwijl we zelf nog niet officieel ingeklaard zijn...
Eenmaal aan boord is Eling's tas snel een paar kilo lichter als de zakken drop, blikken Hollandse knakworsten en smac, nog meer echte koffie, laatste edities van Zeilen en de Waterkampioen tevoorschijn komen. Zelfs twee wereldberoemde (in Zierikzee dan toch) en meegesmokkelde - sinds de MKZ crisis zijn Engelse eilandbewoners niet zo happig op buitenlandse vleeswaren - grillworsten van slager Johan komen uit de tas!

We varen de volgende dag de paar mijl naar Marigot Bay, waar we ook kunnen inklaren. Een baai die zo goed verborgen is in de kustlijn dat een Britse admiraal zijn vloot hier voor een groep achtervolgende Franse schepen wist te verbergen. Nu is het een baai met een groot "Mini Port Zélande" gehalte, maar daarom niet minder mooi om voor anker te gaan. Als ik met Eling rond de boot snorkel om te zien hoe het anker zich heeft ingegraven blijken we maar net vrij te liggen van een enorm rotsblok waar ik net niet op kan staan. We nemen de ketting iets in zodat we vrij liggen van de rotspartij. Hier treffen we de eerste boatboys, locals die wat proberen te verdienen aan het bootjesvolk door te helpen bij het aanleggen of het verkopen van fruit. Ze noemen zichzelf allemaal Mr. Feelgood of Dr. Dolittle (naar de film die hier in 1967 is opgenomen).

Als we de volgende dag op punt staan te vertrekken komt de True Blue met Ton en Dominique, die we sinds Santa Cruz niet meer hebben gezien, de baai invaren. Het is leuk hen weer te zien en we besluiten richting Soufrière te varen en daar 's avonds de barbeque weer op te stoken. We besluiten naast de Petit Piton voor anker te gaan, voor het keienstrand van Malgretout. Sinds lange tijd zien we weer dolfijnen als we de baai van Soufrière in varen en we zijn de baai nog niet in of de eerste boatboys komen op ons af om ons te helpen een mooring op te pikken. Omdat het gebied tussen Marigot en de Pitons een beschermd natuurgebied is mag er niet worden geankeerd maar alleen aan moorings worden afgemeerd. Voor we de drijvende bal te pakken hebben vist Dr. Dolittle (behalve ankerballetjes opvissen en grapefruits verkopen doen de boatboys inderdaad niet veel) de ankerbal uit het water en staan er op het strand drie jongens te vechten om onze lijn naar de wal (zodat we met de neus op de deining liggen) aan te nemen. Het is even wat hectiek - uiteindelijk moeten we zelf naar de wal om onze achterlijn recht te trekken - maar dan liggen we prachtig. Op acht meter diepte zien we de rotsbodem onder ons en de vissen zien we onder de boot door zwemmen. Naast ons de indrukwekkend steile kliffen van de Petit Piton en vlak achter ons ruist de branding op de keien en zien we de kokosnoten in de bomen hangen.

Vlak voordat we de volgende dag na een erg gezellige avond weer afscheid nemen van de True Blue (zij gaan naar het noorden), kan Ascha nog net even Ton's en mijn haren knippen op het ruime achterdek, zodat we er met een Caribbean Coup weer even tegenaan kunnen. We zwaaien de True Blue uit en varen even later zelf een baai verder om tussen de twee Pitons een mooring op te pikken. Rond de Pitons is het prachtig snorkelen en het is alsof we in een tropisch aquarium zwemmen met zoveel felgekleurde vissen om ons heen.
Na drie pogingen om de scheurtjes in de schroefgaten van de WC pomp te dichten, blijkt de instant-wonder-epoxy te houden en blijft de pomp waterdicht. Hoewel een frisse duik na het wakker worden natuurlijk heerlijk is en de pot van de buurman ook lekker zit, is het altijd fijner om weer op je eigen potje te kunnen zitten!
Het hele gebied tussen de Pitons blijkt te zijn opgekocht door een projectontwikkelaar die er een enorm groot en luxe resort heeft laten bouwen. Als we 's avonds even wat eenvoudigs willen gaan eten betalen we het meeste geld dat we ooit voor het kleinste stukje vlees hebben betaald, maar daar kregen we dan wel één sneetje brood bij. Voor dat geld mochten wel gebruik maken van de poultafels...

Na een ietwat rollerige nacht gaan we op pad om wat meer van St. Lucia te zien. Maar niet voordat we eerst het halve resort zijn doorgesjouwd op het heetste moment van de dag. Elke keer zagen we pendelbusjes rijden, maar niet op de route die wij lopen vandaag. Uiteindelijk krijgen we van een vriendelijke taxibuschauffeur een lift naar de Mineral Baths. Onder twee watervallen zijn baden gemetseld waar het warme mineralenwater in stroomt. Na een bad zou je je tien jaar jonger moeten voelen. Helaas is dat niet het geval, maar lekker verfrissend was het wel en na een uurtje badderen sjokken we verder in de hitte over de steile kronkelweg. 

Langs Zaka's Art Gallery gaat het verder naar de Sulphur Springs. Terwijl elke toerist in zijn auto met airco door de enige "drive-in volcano" rijdt, lopen wij in de hitte langs de stinkende, naborrelende restanten van de vulkaan. Toen we twee dagen eerder voor Soufrière en Malgretout lagen roken we al een stinkende lucht, maar we hadden geen idee dat deze lucht hier vandaan kwam. Achteraf hadden we dat kunnen weten want Soufrière - bijna elk eiland hier heeft wel een dorp of stad met deze naam - is een verbastering van "sulphur in the air".

De laatste stop voordat we naar Rodney Bay varen is Anse Cochon. Een kleine baai met schitterende snorkelgebieden. Vanaf de boot kunnen we naar een van de mooiste snorkelplaatsen op het eiland zwemmen. Overdag dumpen de "Party Cats" (de grote chartercatamarans vol toeristen en harde muziek) hier hun gasten op het strandje maar aan het eind van de middag hebben we de baai bijna voor ons alleen en we liggen heerlijk rustig. 's Avonds eten we exclusief bij Ti Kaje. Kost een paar centen, heb je ook wat. Zelfs een massage vooraf!

De tocht naar Rodney Bay is er een van wisselende wind- en weersomstandigheden. In vier uur tijd krijgen we alles tussen 5 en 35 knopen wind en een paar flinke buien op onze nek. Na wat op de kaart een klein stukje lijkt maar in werkelijkheid een flink stuk opkruisen was, varen we eind van de middag Rodney Bay Marina in, en als we op zoek zijn naar de toegewezen box maakt de motor mechanisch ratelende geluiden. Voorzichtig meren we af in de toegewezen box. Het zal toch niet weer de saildrive zijn?

De volgende dag op zoek naar een Volvo Penta dokter die ons oude MD17'tje kan onderzoeken, maar pas na het weekend heeft er misschien iemand tijd. Ik stuur een SMS naar Ton, monteur van beroep, maar nu net in Le Marin op Martinique. Als we donderdag, eind van de middag op het strand een biertje zitten te drinken, zien we een schip liggen dat wel heel erg op de True Blue lijkt. Het zal toch niet waar wezen?! Met ons fototoestel als verrekijker kijken we eens goed en inderdaad zijn Ton en Dominque 's middags vanuit Le Marin voor ons teruggevaren. De volgende ochtend onderzoek ik samen met dokter Ton onze motor maar net als bij de dokter zijn in de stoel de kwaaltjes verdwenen. De motor ratelt even en daarna klinkt alles weer als normaal.
We besluiten de motor voor het weekend te bewaren en eerst Eling met een huurauto naar het vliegveld te brengen. De laatste middag toeren we met de auto langs de ruige oostkust van het eiland naar het vliegveld, op het zuidelijkste puntje van het eiland. De westelijke weg terug is aanvankelijk goed, maar tussen Soufrière en Castries is het rally rijden. Ze hebben hier geen drempels nodig, hier hebben ze kuilen! De wegen zijn op sommige stukken enorm slecht onderhouden, laat staan verlicht, met grote scheuren en gaten in de weg als gevolg. Het laatste stukje rijden we inmiddels in het donker slalommend tussen de kuilen door over weggetjes met hellingen van meer dan 10% maar weten uiteindelijk de haven weer te vinden.
De week met Eling is voorbij gevlogen met snorkelen, van de ene baai naar de volgende baai varen en het eiland bekijken. Maar na een weekje limen en Dr. Dolittle'n kunnen we weer aan de slag. Van het weekend gaat de motor uit elkaar, en als het goed is zijn de nieuwe spanners eindelijk aangekomen dus kunnen we de mast weer in.

Welkom op Sailinglive.nl

In de zomer 2008 vertrokken we voor een reis met onze zeilboot Live, een Baltic 39 uit Zierikzee. Langs de westkust van Europa zeilden we naar het zuiden om vervolgens de Atlantische oversteek te maken naar de Caribbean, waar we een jaar lang hebben rondgezeild. Daarna ging het via Cuba naar de Verenigde Staten. In mei 2010 zeilden we de Oosterschelde weer op een keerden na duizenden zeemijl weer terug in onze thuishaven.

Laatste reacties